Extra MAM’s info over inspraak

Wat zegt de wet over inspraak:

De Wet Kinderopvang verplicht de kinderopvangondernemer om voor elk kindercentrum een oudercommissie in te stellen. Deze wet geeft oudercommissies adviesrechten over bijvoorbeeld onderwerpen als kwaliteit van de opvang, openingstijden en prijs van de opvang.

Deze adviesrechten worden vertaald in een zogenaamd medezeggenschapsreglement. Het reglement wordt vastgesteld door het kindercentrum of gastouderbureau. Dit medezeggenschapsreglement beschrijft de procedures en bevoegdheden van de oudercommissie in die specifieke organisatie.

Relevante wetsartikelen in Wet kinderopvang:

Hoofdstuk 3 – Kwaliteit

Artikel 50 lid 1
1. De houder van een kindercentrum organiseert de kinderopvang op zodanige wijze, voorziet het kindercentrum zowel kwalitatief, als kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch beleid dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde kinderopvang. Ter uitvoering van de eerste volzin besteedt de houder in ieder geval aantoonbaar aandacht aan het aantal beroepskrachten in relatie tot het aantal kinderen per leeftijdscategorie, de groepsgrootte, de opleidingseisen van de beroepskrachten en de voorwaarden waaronder en de mate waarin beroepskrachten in opleiding kunnen worden belast met de verzorging en opvang van kinderen.

Artikel 51
De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerd kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich brengt.

Artikel 54
De houder informeert de ouders wier kinderen in het kindercentrum worden opgevangen over het te voeren beleid als bedoeld in deze paragraaf (= paragraaf 2: Eisen.

Artikel 58 lid 1
Een houder van een kindercentrum of een gastouderbureau stelt voor elk door hem geëxploiteerd kindercentrum of gastouderbureau een oudercommissie in die tot taak heeft hem te adviseren over de aangelegenheden, genoemd in artikel 60.

Artikel 59 lid 1
De houder stelt binnen zes maanden na de melding, bedoeld in artikel 45, eerste lid, voor de oudercommissie een reglement vast.

Artikel 60
1. De houder stelt de oudercommissie in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

a. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 50 dan wel aan artikel 56;

b. voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;

c. openingstijden;

d. het beleid met betrekking tot spel- en ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de kinderen;

e. de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten;

f. wijziging van de prijs van kinderopvang.

2. Van een advies als bedoeld in het eerste lid kan de houder slechts afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.

3. De oudercommissie is bevoegd de houder ook ongevraagd te adviseren over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.

4. De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

Hoofdstuk 4 – Handhaving

Artikel 61 lid 1:

1. Het college van burgemeester en wethouders ziet toe op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 3 gestelde regels, onderscheidenlijk de krachtens artikel 65 gegeven aanwijzingen en bevelen en de krachtens artikel 66, eerste lid, gegeven bevelen tot sluiting dan wel de krachtens artikel 66, tweede lid, uitgevaardigde verboden. Het college van burgemeester en wethouders wijst ambtenaren van de GGD aan als toezichthouder.

2. Van een aanwijzing als toezichthouder wordt mededeling gedaan in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.

3. Voor zover een kindercentrum of een gastouderbureau in een woning is gevestigd, zijn de toezichthouders ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, bevoegd zonder toestemming van de bewoners in die woning binnen te treden.

Klik hier voor de gehele wet op de Kinderopvang

Om de ouder(s)/verzorger(s) en de oudercommissie te ondersteunen bij hun taak is MAM’s lid van BOinK. BOinK, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang en peuterspeelzalen, is een landelijke vereniging die de positie van ouders in de kinderopvang ondersteunt en versterkt. BOinK vertegenwoordigt meer dan 80% van de ouders die gebruik maakt van kinderopvang en oefent op landelijk niveau invloed uit op wet- en regelgeving, financiering en kwaliteitsontwikkeling in de kinderopvang.

Klik hier voor meer informatie BOinK.

Mam's Kinderopvang © 2017 | Disclaimer | Contact
by Max